Buitenstaander

the-reflex-op-bruiloft-r&m-2

Ondanks het feit dat ik mezelf “well-known” acht in de regionale muziekscene blijf ik altijd een buitenstaander. Plaatjesdraaien is geen instrument spelen, immers. Popquizzen beheersen is geen liedjes schrijven. De echte scene draait natuurlijk om de lui die het bandje vormen, degenen die de teksten schrijven en degenen die daarbij de riffs en de dreunen leveren.  Daar ben ik me terdege van bewust.

Toch is bewezen dat het een niet zonder het andere kan. Volgens de regelen der muziekwet stapt een bandje na enig oefenen de buitenwereld in.  Dan gaan ze op een podium staan in de lokale kroeg, in het wijkcentrum om de hoek of – als het enigszins kan- op de regionale aflevering van een muziekfestival . Velen deden hun eerste optreden op de Hoornse Stadsfeesten, het IJsbreker-podium van Onwijs of op een variant van de Young Forever-avond (de avond voor de lokalo’s dus).

Het kleine Swaf-zaaltje stond

tot de schapennok toe gevuld

Als buitenstaander kan ik de tip geven om die optredens dan niet een veredelde repetitie-avond te maken. Begin deze maand beleefde ik een feestje dat opgeluisterd werd met drie bandoptredens. Van één van heb ik een vol liedje binnen doorstaan, voor de rest ben ik buiten gaan staan op het terras omdat het zo ontstellend kneiterhard stond dat je medelijden met de barmensen had : die mochten als enigen de zaal niet mochten verlaten. Oke, er bleven nog wat oorsuis-diehards over, maar het was heus drukker op terras dan in de moshpit. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Een week later ging het al beter: toen woonde ik de albumpresentatie bij van een bandje dat het al zo’n vier jaar met elkaar praktiseert:  rock-n-roll ontstaat vanuit de urgentie om energie in muziek te stoppen. Veel gespeeld, maar door rare omstandigheden duurde het dus nog knap lang voordat de eerste plaat het avondlicht (nooit daglicht zeggen als het over rockmuziek gaat) zag. Het kleine Swaf-zaaltje stond tot de schapennok toe gevuld met andere muzikanten, muziekpersers, muziekboekers, muziekminnenden. En terecht: Electric Tears rockte galore, zoals deze drie dat kunnen. LP en CD en Electric Tas aangeschaft. Strak album, dat desondanks aangeeft dat je muziek toch ook zo vaak mogelijk live moet beleven. Veel te laat die nacht stond ik weer buiten.
Om effe ruim een week later weer terug te keren om zelf een “gig” te verzorgen. Laten we het dan maar zo noemen: het draaien van een rockend setje liedjes, op het poppenpodium van de leukste kroeg van WF is toch een soort van optreden.  Alleen dan voel ik me geen toeschouwer, dan voel ik exact wat ik doorgaans aan de andere kant ervaar: ik moet zorgen dat de muziek dermate leuk of goed is dat het de sfeer in de zaal verhoogt. Dan keer ik mezelf van buiten naar binnen: hoe rock ik deze tent?

BEGT