UIT-proberen

TimKnolLostFound

Het was in alle opzichten een try-out. Ik was er regelmatig langsgefietst maar had me nog nooit overgegeven aan een muziekvoorstelling aldaar. Deze zondag werd het anders. Omdat “onze” Tim Knol besloten had om zijn nieuwe theatershow “Lost and found” eerst aan zijn Westfriese achterban te laten horen.

Het was daarom dat vrouwlief en ik op het fietsje richting Hauwert trokken om in Dorpszaal De Werf te schuilen voor de felle zon. Zondagmiddag , 16 uur, het was korte-broeken-weer maar wij gingen binnen zitten. Zitten luisteren en genieten, dat dan weer wel.
Aan alles was te merken dat Tim op zoek was naar de juiste vertelvorm en dat ie het verhaal nog niet van begin tot einde had dichtgetimmerd. Er ging wat mis, er waren wat improvisatie-momentjes maar de grote lijnen waren duidelijk: Lost and found is een mix. Waarin het lost-gedeelte gevormd wordt door (akoestische) uitvoeringen van minder vaak ten gehore gebracht ouder werk en het found-stuk liedjes bevat uit diverse muzikale genres die Tim graag wil uitproberen, zich graag wil eigen maken.
Wat mij er vooral aan opviel, was dat ik blij was weer eens geconfronteerd te worden met zijn gouden keeltje. Ik zag the Miseries al meerdere malen, maar daarin is Tim’s zang aangepast aan het harde en stevige genre dat punkrock nu eenmaal is. In zijn theatershow gaat ie weer ouderwets los. Hoogtepunt daarbij was wat mij betreft “Only waiting”, dat vergezeld ging van een fijne anekdote over de hiërarchie tussen Tim en Anne Soldaat, die het liedje voor Knol’s debuutalbum schreef.
Extraatje aan de middag waren de twee gastoptredens: zangeres Shelly O’Day van the Oldtime String Band en zanger Nico Danenberg beklommen het podium om respectievelijk een Gram Parsons-duet en een Mark Lanegan-lied ten gehore te brengen. Dat was fijn. Wat niet onvermeld mag blijven, is dat in “Lost and found” een belangrijke rol is weggelegd voor pianist Eric Lensink. Hij brengt de noodzakelijke lijn in de voorstelling, voorziet dat van een dienstbaar stukje humor waardoor het allemaal veel meer samenhang krijgt.
Ik ga met plezier nog een keer in het theater kijken hoe de try-outs uiteindelijk zijn verwerkt in een vast script.

De week erop begon de Hoornse kermis. En die werd ditmaal perfect afgetrapt: een nieuwe traditie lijkt geboren nu we het Westfriese gebruik van “kermisborrels in de tuin” opgeluisterd kregen met een heuse band. Onder het parasolletje, tussen de graspollen en de koelkasten stond de apparatuur opgesteld van de formatie Kopvoeter.
De middag werd aangegrepen om op een prettige manier warm te draaien voor hun optreden ‘s avonds in het Ankertje in Andijk. Het kermisvolk werd getracteerd op een vrolijke set van Nederlandstalige poprock, waarbij overigens duidelijk werd dat een fors deel van de aanwezigen al goed bekend was met het repertoire van de vier Hoornse heren. Liedjes als “Wendy” en “Als de dijken” werden volmondig meegezongen. Ze gingen er net zo gesmeerd in als de eerste kermisbiertjes. Het zouden nog lange dagen worden.

BEGT

PS Het ging niet helemaal goed met m’n fototoestel bij Tim Knol. Ik moest het waarschijnlijk eerst nog uitproberen.