WHEN I COME HOME

20150919ZzZManifesto

Mijn vrouw en ik hebben er een gewoonte van gemaakt. Na een avond uit, of het nou een kroeg- of een concertbezoek is geweest, nog even aan tafel nazitten. Soms nog een afzakker, maar altijd een praatje. Over wat we gezien hebben, over wie we gesproken hebben.

Er was veel te bespreken deze avond. We hadden zojuist drie machtige bands gezien. We hadden een enorm goede plaatjesdraaier-dj aan het werk gehoord. En , minstens zo belangrijk, we hadden een boel bekenden in de zaal gezien. En nog veel meer onbekenden.

Manifesto was weer eens lekker gevuld voor deze avond. Ten dele zal dat komen door de slotact: de lokale helden van The Miseries. Compromisloos, knalhard en full speed gingen de jongens los. Bassist Erik “The Lenz” Lensink heerste als een eindbaas. Hij stuurde en regisseerde waar nodig. De jonge honden om hem heen dartelden en spartelden. De op dat moment verjarende Tim had een “nogal losse bui” en improviseerde zodra de strakke songs het toelieten. Het met orkaankracht ingezette “Crackin’up” zette de toon voor drie kwartier punkplezier. Hij die oordoppen mee had gebracht, achtte zich gezegend. Ikzelf leer het nooit en had dan ook een dag later nog plezier van deze stevige muziekavond.

Een avond die al dik was ingezet door de garagepsychedelica van Green Hornet. Drie raggende mannen uit Groningen die in sprinthouding door een moddervet repertoire werken. Belangrijk in hun sound is het sixtiesorgeltje van de boomlange André Dodde, die diep moet bukken om zijn werk te doen. Gáán! De boodschap was duidelijk: “gij zult rocken, gij zult een memorabel avondje beleven”. Heerlijke opener , deze band. Ik ben vast van plan ze vaker te gaan zien.

Direct daarna kreeg ik de kans om een gemiste kans alsnog te benutten. Bij Klikofest was ik zZz misgelopen omdat ze pas om 4 uur in de nacht begonnen, maar deze keer speelden ze op een christelijke tijd bij mij om de hoek. Direct bleek waarom ze vaker nachtconcerten geven: de dreigende sfeer in hun songs, de fuzz, de stroboscoop, het manische orgeltje en de onvermoeibare drums maakten indruk. Sterker nog: het publiek werd weggeblazen door deze woest goede act. Woest. En goed. Mijn favoriet “When i come home” zat al vroeg in de set en dat hielp: ik ben niet meer van mijn goede gevoel losgeraakt. Ontstellend sterke act.

Muzikale alleskunner Niels de Wit omlijstte de bands met een trits aan alternatieve hits. Het plaatje was compleet: een avond als deze, een Manifesto in deze ambiance, een publiek dat er zin in had. Daar raak je niet snel over uitgepraat.

BEGT